De Route

De route van de "T' is Niet Anders" en de "Tijd Zal 't Leren".

Na ca 3-wekenlange vermoeiende en tijdrovende voorbereidingen, vertrekken wij om 10.55; wij, d.w.z. Jan Batelaan met Henk doen mij uitgeleide naar Waddinxveen. Wij zijn wel ongeveer de laatsten, die in Waddinxveen aankomen: ik had ook iedereen om 11 uur besteld!

(klik op het vertrekpunt)

De Route
Vertrek Loswal Waddinxveen 19/3/1945 Maandagmorgen Boskoop- Alphen a/d Rijn Leimuiden-Schiphol Amsterdam Maandag 19/2 Dinsdagmorgen 20/3 Dinsdagmiddag 20/3 Woensdagnacht 03.00 21/3 Woensdagochtend 21/3 Woensdag middag 21/3 Woensdagavond 21/3 Bevrijd Nederland in Maart 1945 Inundatie Betuwe

Vertrek Loswal Waddinxveen 19/3/1945 Maandagmorgen

De schepen liggen klaar, de kinderen en hun spullen worden ingeladen. Er is vergeten voor drinkwater te zorgen, ook blijkt mijn kachel in het ruim neergeploft en daardoor gebroken te zijn. Gelukkig is die van de schipper goed genoeg voor koken en verwarmen. Als alles klaar is, nodig ik ouders en andere belangstellenden (dr Batelaan, ds de Lint en ds Roelofsen, kap. Middelhof, zr ten Have, dhr. Vergeer), ook de beide schippers met hun personeel in het ruim. Ik lees de presentielijst voor, en stel vast, dat 45 kinderen de reis zullen maken. Dan spreekt ds de Lint allen toe, over de bedroevende noodzaak van de scheiding en de gevaren van de reis, ook over de bestaansmogelijkheden in het oosten, waarvan de ouders voor hun kinderen dankbaar gebruik maken. Tenslotte bidt hij met en voor ons. Na een laatste omhelzing en handdruk varen de schepen af te 12.15. Ik steek mijn hoofd door een dekluik en wissel, pro omnibus, een vaarwel-gewuif met de achterblijvenden.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Boskoop- Alphen a/d Rijn

Intussen zijn wij Boskoop gepasseerd, en Laterveer, die de stamkaarten van zijn kinderen vergat, en ze om 12 uur van Waddinxveen nog ging halen, heeft ze niet meer kunnen aanreiken onderweg. Al spoedig komt de laatste stalen hefbrug in ‘t gezicht, die van Gouwsluis, en draaien wij de Rijn op. Wij nemen een onverwachte route, niet Aar, Drecht en Amstel, maar de meer westelijk gelegen Ringvaart om de Haarlemmermeer. Jammer voor de jongens van Rigter, die een brief in een fles klaar hebben, om bij Ouderkerk aan de Amstel uit te gooien naar hun grootvader, die altijd aan de kant van ‘t water is en de fles er zou uitvissen. Maar nu wij daar niet langs komen, vervalt de correspondentie.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Leimuiden-Schiphol

Na Leimuiden volgt de Brasemermeer, dan ‘t langgerekte Aalsmeer. Er liggen een paar schuiten half gezonken in de vaart, herinnerend aan ‘t gevaar van beschieting. Een plas rechts noemen wij de Geelpoel, zegt van Dam, maar straks zal je Schiphol eens zien: inderdaad een verbijsterende aanblik, ‘n verwoesting van gebouwen en startbanen, om in geen jaren te herstellen; en ‘t was zo ruim en rijk, de trots van vliegend Nederland, vooral van Amsterdam. Maar dit is het enige, dat wij van oorlog gewaarworden: vliegtuigen zien wij na onze fietstocht naar Waddinxveen niet meer. Wij hebben een ongewoon voorspoedige reis tot Amsterdam toe!

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Amsterdam Maandag 19/2

Amsterdam ± 6 uur. Wij hadden de toren van de Westerkerk allang uit de verte gezien, nu liggen wij voor ‘t station. Maar wij moeten lang wachten, om 7 uur is er pas stroom voor de sluizen en er liggen Duitse schepen voor ons. Daar komen de heren Vreugdenhil en de Jager. Die hebben de laatste papieren in orde gebracht. Wij meren aan de Kostverlorenkade voor de nacht. – In de kajuit wordt koffie geschonken, de dag besproken en de mogelijkheden voor de komende dagen overwogen. Als het zo voorspoedig blijft gaan zijn wij misschien vóór Pasen thuis. De schipper verheugt zich al op de Paaseieren, en ik beloof hem erop te trakteren als ‘t waar is, inwendig schrikkend, omdat ik meende zeker enige dagen vóór Pasen terug te zijn. Maar dat blijkt helemaal niet mogelijk, zelfs moet alles meelopen om in 14 dagen klaar te zijn.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Dinsdagmorgen 20/3

6 u.30 sta ik op, de schipper is al boven, en terwijl ik mij kleed en scheer (dat laatste in de keuken, waar alleen water en een spiegel is) varen wij door de buitengrachten van Amsterdam naar het noorden, waar wij vlak voor de laatste brug naar de Houthaven, aan het Zoutkeetsplein, hoek Houtmankade een ligplaats voor de dinsdag vinden.

(...)

De storm van de vorige nacht doet de schipper aarzelen. Er zijn berichten binnengekomen van 2 schepen, die van hun sleep zijn losgeslagen, één moet er gezonken zijn, en, zegt de schipperstaal, “er is nog een hele smeer wind”.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Dinsdagmiddag 20/3

Máár: wij varen! Langs de A’damse havens, dwars door de versperringen, gezonken schuiten, vernielde dokken, ‘n ravage op de kaden, die nieuwe verwensingen aan ‘t adres van de Duitsers oproepen, naar de Oranjesluizen. Daar passeren wij vlot de controle en liggen tegen ‘t donker bij Durgerdam, toevallig vlak naast een munitieschip, en horen vliegtuigen overtrekken, wij trekken er ons maar niet veel van aan.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Woensdagnacht 03.00 21/3

De schippers besluiten ‘s nachts, woensdags om 03.00 uur, het IJsselmeer over te gaan, op hoge snelheid. Vanaf Amsterdam, bij de overtocht, gingen alle lampen op de schepen uit. De kinderen verhalen dat er een groot wit laken met een rood kruis er op over het dek werd gespannen. Theo Vreugdenhil, die zijn vader begeleidde op deze reis, vertelde dat het op hem veel indruk maakte dat toen de vliegtuigen laag over vlogen en beschietingen dreigden, dominee Warmenhoven zei “We kunnen alleen maar hopen en bidden dat God de kinderen en ons zal sparen”. Vervolgens klom ‘Domi’ op het dek en sloeg daar op de vlag aan het bidden.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Woensdagochtend 21/3

Om 6u.15 op, van slapen kwam sinds half 3 niet zoveel meer vanwege de draaiende motor, ‘t rustloze luidkloppende hart van het schip. Ik vind V. in de keuken, al een half uur aan ‘t pannekoeken bakken, tòch dus, nu met olie van de schipper, voor hem en ‘t personeel, en de -leiding- , die immers in de eerste plaats fit moet blijven, eet er ook van mee. Het is prachtig weer, maar toch te merken dat wij op zee zijn, frisser in de vroege morgen en een lichte schommeling van ‘t schip. Dat verhindert mij niet, mij te scheren. “Alweer? vraagt de schipper, je hebt ‘t toch gisteren pas gedaan!” “Iedere morgen, schipper” zeg ik. “Je bent toch een beetje groots, geloof ik, concludeert Pols, maak ‘t je niet zo moeilijk, je bént toch al getrouwd”.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Woensdag middag 21/3

Dan komt de genadeslag: de loods heeft iets te zuidelijk gekoerst, voor alle zekerheid. ‘t Is nog mooi dat hij ‘t zonder kompas zo goed wist, maar moet nu de laatste Km recht naar het noorden, waardoor wij de harde westenwind geheel op zij krijgen, en ‘t schip begint te dansen en duiken, te storten en stampen van belang. Daar kan practisch niemand tegen: bijna alle kinderen strijken de zeilen, ook die zich nog zo goed hielden, de vloer ligt vol met bleke, armelijke brakende mensjes, Jannie Kooy verdwijnt in de ene hoek, dichtbij de W.C., Jannie van Dam zit in de andere, vlakbij de trap naar boven, beiden onbekwaam om iets te doen.

De zuster en ik blijven gezond, zij schuift waggelend nu en dan door de halve lijken om er weer één ‘n plaatsje op de vloer te geven, ik eet mijn brood met kaas en rook sigaretten, tezamen hebben wij pret om ‘t beeld van ellende vóór ons. Ook V., die meest boven is, kan er tegen, al zegt de schipper later, dat ‘t geen half uur meer had moeten duren, en de Jager op ‘t andere schip heeft ook nergens last van. Wij voelen ons dus knap, vooral als van Veen vertelt van de kapitein van de grote vaart, die op ‘t IJsselmeer zeeziek werd.”

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Woensdagavond 21/3

“Als wij ± 9 uur Schokkerhaven binnenlopen, is ‘t ook meteen over. Geleidelijk knappen de kinderen op, de mannen trekken zich terug, en de zuster met de meisjes, geassisteerd in ‘t water aandragen door Jan, houden beneden grote schoonmaak. Daar is alle tijd voor, nog 26 Km is de vaart naar Zwartsluis, tussen de N.O.polder aan de linkerhand en ‘t binnenmeer, waarachter wij Kampen zien liggen, rechts. Drie uren lang over de vlakte, ongerekend nog de 3 voorafgaande op zee, bij ‘t helderste weer, ‘n prachtige morgen. Vliegweer bij uitstek en de lucht is dan ook vol vliegtuigen. Wij krijgen er oog voor en vragen ons af, waarom wij niet om 10 uur ‘s avonds in plaats van om 2 uur ‘s morgens zijn gaan varen, maar de loods dacht, dat het schip sneller liep.

Om 11.45, kort na Genemuiden rechts gepasseerd te zijn, liggen wij aan de kade van Zwartsluis.

(Uit het reisverslag van ds Warmenhoven)

Bevrijd Nederland in Maart 1945

Het noordelijke deel van Nederland werd in de lente van 1945 bevrijd. Deze tweede fase in de bevrijding begon buiten Nederland met de geallieerde verovering van de Ludendorffbrug bij Remagen in Duitsland op 7 maart 1945. De US 9th army en het Brits-Canadese leger staken op 23 maart met operatie Plunder de Rijn over bij Wezel. De Canadezen bogen af naar Oost-Nederland. Dezelfde dag betraden de eerste geallieerde eenheden Oost-Nederland bij Dinxperlo en Elten, waar overigens hard werd gevochten.  (Wikipedia)

Inundatie Betuwe

Nadat operatie Market Garden niet verder was gekomen dan Nijmegen en Elst lag de Betuwe midden in de frontlinie. De Britten bezaten nog een strook van de Overbetuwe, van Nijmegen tot aan de Nederrijn. De Duitsers behielden het oostelijk en westelijk deel van de Betuwe. Om een verdere opmars van de geallieerden te voorkomen, besloten ze het land onder water te zetten. Op 2 december bliezen de bezetters de Rijndijk bij Elden tegenover Arnhem op. Dankzij de hoge waterstand stroomde het rivierwater met grote kracht de Over-Betuwe in. Bij sommige huizen steeg het water tot aan de dakgoot. Overal dreven boomstammen en dode dieren. Noodgedwongen trokken de Britten zich terug tot Elst.

Bron: spannendegeschiedenis.nl